Knoflook, subgroep Artichoke

Soorten uit deze subgroep vormen vrij forse planten en grote bollen. De vele teentjes, vaak meer dan 16, overlappen elkaar in de bol net zo als de (schut)blaadjes bij de artisjok, vandaar de naam. De buitenste teentjes zijn groot en onregelmatig van vorm. De binnenste teentjes zijn een stuk kleiner.

De Artichoke knofloken vormen zelden een bloemstengel maar vormt wel af en toe broedbollen. Deze zitten dan niet aan de bloemstengel maar vormen zich onderaan de stam.

Een belangrijke voordeel van deze subgroep is de bewaarbaarheid. Omdat de tenen strak omsloten zijn door het omhulsel kun je deze knofloken goed bewaren. Reken op 6 – 9 maanden onder goede condities. Een ander voordeel, voor sommige een nadeel, is de milde smaak. Vooral liefhebbers van rauwe knoflook waarderen daarom deze subgroep.

Voorbeelden uit deze groep zijn Inchelium red, Transylvanian, Belgische rode, Thuringer rote, Simonetti en Red touch.

Meer over knoflook op levenvanhetland.nl/knoflook.htm

Zelf muesli maken met een graanvlokker

Tot voor kort was de mueslimachine Anni hét apparaat om zelf muesli te maken.Degelijk, simpel en het resultaat was prima. Maar helaas, dit apparaat is voorlopig niet meer leverbaar. Gelukkig is er een goed alternatief, de Eschenfelder mueslimachine. Net als de Anni is dit ook een handbediende vlokkenmolen waarmee je snel je granenontbijt bij elkaar draait.

De Eschenfelder vlokker is geschikt voor alle graansoorten (behalve mais) en voor het walsen van oliehoudende zaden. Ook kruiden, noten en gedroogd fruit kunnen hiermee gebruiksklaar worden gemaakt.

meer informatie op www.levenvanhetland.nl/vlokkenmolens.htm

 

eschenfelder vlokker

Mocht je nog vragen hebben, mail me gerust.

Knoflook, subgroep Creole

Tijd voor de volgende subgroep, de Creole. De soorten uit deze subgroep vormen niet de grootste bollen maar smaak (vooral rauw :-)), uiterlijk en bewaarduur maken dit gebrek aan grootte helemaal goed. De knofloken uit deze subgroep gedragen zich als een hardneck, er wordt een bloemstengelgevormd, maar genetisch gezien staan ze dichter bij de niet bloeiende subgroep Silverskin.

De soorten uit deze groep zouden afkomstig zijn uit Spanje en verspreidt zijn door de Conquistadores. Mooi verhaal maar of het waar is? Wat in ieder geval waar is , is de schoonheid van deze soorten én de smaak. Proef ze eens rauw! Vol van smaak en eerder warm dan heet.

Killarney red, Guatamalan ikeda, Sulmona, Eden roos en Morado de Pedronera zijn voorbeelden uit deze subgroep

 

eden rose

 

Knoflook, subgroep Rocambole

De Rocambole knofloken staan vooral bekend om hun rijke, volle knoflooksmaak. De bollen worden onder de juiste omstandigheden (voldoende voedingsstoffen zoals kalium en zeker voldoende water) groot en bevatten 8 – 12 teentjes. Het pellen van deze teentjes is een feest, het velletje zit erg los. Laat je de bloemstengel zitten dan zul je zien waarom deze groep ook wel spiraallook of slangenlook wordt genoemd.

Je oogst deze knofloken in de loop van juli. Eet ze op tijd op, het is geen knoflook om te bewaren.

Voorbeelden uit deze groep zijn Amish, Cherokee, Maxatawny, Dauvage, Hnat, en natuurlijk de Purple haze.

Meer over knoflook op levenvanhetland.nl/knoflook.htm

 

Knoflook, subgroep Purple stripe

De knofloken uit de Purple stripe subgroep vormen allemaal een bloemstengel. Genetisch gezien staan deze knoflook nog dicht bij de oorspronkelijke knoflook. Het is de enige groep die, met wat hulp, in staat is zaad te vormen. Purple stripe soorten vormen prachtige bollen met 8 – 12 tenen per bol. De sikkelvormige teentjes zijn rijk en vol van smaak en over het algemeen niet extreem scherp. De ene knoflookteen is makkelijker te pellen dan de ander, en de Purple stripe tenen zijn over het algemeen makkelijk te pellen.

Om een goede bol te kunnen oogsten is het handig de bloemstengel er uit te knippen. Doe dit echter niet bij allemaal, knoflookbloemen kunnen prachtig van vorm zijn

Je oogst deze knofloken in de maand juli en je kunt ze, onder de juiste omstandigheden, redelijk goed bewaren.

Voorbeelden uit deze groep zijn Chesnok red, Red grain, Shatili, Siberian en de Ontario purple trillium.

Meer over knoflook op levenvanhetland.nl/knoflook.htm

 

Knoflook, subgroep Porcelain

Deze subgroep vormt indrukwekkende planten, tot ruim 2 meter hoog! Ook de bollen kunnen indrukwekkend zijn. Groot en wit met 4 – 6 grote tenen. Vergeleken met andere groepen bevatten deze knofloken veel allicine. Allicine is verantwoordelijk voor de karakteristieke smaak en geur van knoflook én heeft een bacteriedodende werking.

De Porcelain soorten zijn zeer goed te bewaren. Dit komt omdat de bolvliezen strak om de bol heen zitten. Een bewaartip, eet eerst de knofloken met een vlekje en reserveer de bollen die mooi en strak in hun vel zitten voor consumptie later in het jaar. Je oogst deze knoflookgroep wat later dan andere soorten, meestal tegen het eind van juli.

Voorbeelden uit deze groep zijn Kroke, Pennsylvanian dutch, Music, Suzan Delafield en Rosewood.

meer over knoflook op levenvanhetland.nl/knoflook.htm

 

Knoflook, subgroep Asiatic

De subgroep Asiatic staat genetisch gezien dichtbij de subgroepen Rocambole, Purple stripe en Porcelain.

Soorten uit deze subgroep vormen redelijk grote bollen, ook als je de bloemstengel niet verwijdert. Deze bloemstengel is meestal opgerold en vrij kort. De “bloem” heeft een langwerpig en gerimpeld omhulsel met een gering aantal broedbollen.

En dan de bollen, daar kweken we ze voor toch? Het stevige omhulsel van de bollen is vaak licht gestreept (van top tot teen) en de tenen zijn groot en dik. Let er op dat de Asiatics snel afrijpen. Daarom oogst je ze het best direct als de bladeren gaan verkleuren. Als je langer wacht dan zijn de bollen al open gebroken en dat komt de bewaarbaarheid niet ten goede.

Je kunt ze, onder goede omstandigheden, zo’n 4 maanden bewaren.

Meer over knoflook op levenvanhetland.nl/knoflook.htm